Op woensdagmiddag vertrekt Henk met z'n fantastische schip de "Campina" voor de voortzetting van zijn "onmogelijke" reis. Hij gaat op weg naar de noordelijke ijszeeën en het pakijs van Alaska en Rusland om op die manier rond de Noordpool te varen wat nog nooit iemand heeft gedaan en wat tot op de dag van vandaag technisch maar vooral documentatief voor onmogelijk is gehouden.
![]()
|
Op maandagmorgen steek ik een hoofd door het raam van mijn verblijf en zie gebroken luchten en geen regen. De enige manier om te ontsnappen is via de 1200 meter hoge en zuidelijker gelegen Mamuil Malal pas en na telefoneren blijkt hij open te zijn. De officials op de piepkleine grensovergang doen niet moeilijker dan strikt noodzakelijk. Onder de wakende ogen van de 3800 meter hoge vulkaan Lanin word het een gezellig koffieonderonsje temidden van het prachtig besneeuwde landschap. Ik haal opgelucht adem als de weg weer zakt, de sneeuw verdwijnt, de Yamaha z'n melodietjes zingt en door de duizenden potholes duikt, zorgend voor opspattende stenen en modder. Dat wassen had ook geen enkele zin. Tegen schemer begin ik onrustig op de brommer te zitten omdat er nergens geen benzine is. Diep onder de grond plonst het hier van dat zwarte dropwater maar het komt alleen niet uit de slangen van de pompstations wat waarschijnlijk word veroorzaakt door de omvergeblazen kaartenhuiseconomie. |
![]()
|
's Morgens zit de rits van het buitenverblijf vast gevroren en als ik 'm eindelijk na veel gevloek met een aansteker kan openen valt mijn mond open van verbazing.
Ik betrap de wereld, die krankzinnig mooie wereld in haar spierwitte lingerie. De tent en motor ondergesneeuwd. Hoe vaak ik ons bolletje ook zie, ze ontroerd me steeds weer. Ongelofelijk.
Ik weet niet wie 'm gemaakt heeft en waarom, maar die kunstenaar moet wel een erg goeie dag gehad hebben toen hij deze oase in elkaar boetseerde. Na een compliment naar boven pak ik op voor misschien wel de mooiste rit van de hele reis. |
Het word eerst nog zweten want de weg stijgt naar 2000 meter en hij is weer eens besneeuwd en glad maar de uitzichten zijn verbijsterend.
De route 40 wordt ineens beter en om de bocht ligt een enorme laagvlakte met de blauwste lucht en mooiste hoge windveren die ik ooit zag. Verderop in het dal wordt het warmer en ik vind een winkeltje met lekkere appels en een lachend meidje die ze geeft. Met de droge maar straffe mistral uit de enorme Andes in de rug rijd ik Mendoza de wijnstad van Argentinië tegemoet en lig ik dagen lang tussen de studenten te mijmeren in de zon…